Toyota RAV4 2.0i

Review Technische Steekkaart Foto Gallerij


Tekst en foto's:
Frederick Valkenborgh

oyota lanceerde in 1994 een eigenzinnige wagen, de RAV4. Hij moest de concurrentie aangaan met de Suzuki Vitara, maar bleek al snel een maatje te groot voor deze laatste. Het was geen echte jeep zoals de toen populaire Jeep Wrangler of zoals zijn grotere Toyota-broers: hij was niet uitgerust met een ladderchassis, maar met het onderstel van een gewone personenwagen met onafhankelijke vering. Een gewone verhoogde personenwagen kan je hem dan ook weer niet noemen, omwille van zijn permanente 4-wielaandrijving en zijn elektronisch sperdifferentieel. Neen, Toyota opende een heel nieuw marktsegment, dit van de SUV's of Sport Utility Vehicles. Het bleek een gat in de markt. Andere constructeurs bleven ook niet op hun lauweren rusten, Land Rover lanceerde de Freelander, BMW zijn X5 en zelfs Porsche houdt enkele jaren later de Cayenne boven de doopvont. In het kort: speelse en vlotte wagens, die hun mannetje staan op het terrein maar het comfort van een personenwagen behouden.

Koetswerk

Een opvallende look die er vandaag natuurlijk al een beetje ouder uitziet, maar zeker nog goed meekan. Het nieuwe model RAV4 is meer afgerond en heeft wat bollere vormen meegekregen om het geheel wat futuristischer en moderner te laten ogen. Niettemin heeft het oude model een degelijke en compacte uitstraling, vooral wat de driedeurs betreft. De vijfdeursversie van het oude model daarentegen, lijkt nogal geforceerd en inspiratieloos. Het lijkt wel of men het korte model simpelweg wat heeft uitgerekt en er twee extra deuren heeft bijgeplaatst. Dit is echter niet meer het geval bij het nieuwe model, waar de vijfdeurs qua looks minstens zo knap is als het driedeursmodel.

Interieur

Sober maar heel degelijk afgewerkt. De zetels zijn met een blauw-grijze stof overtrokken, waar vuil niet echt snel op te zien is. De rest van het interieur is vervaardigd uit een degelijk plasticsoort. Alle schakelaars, knopjes en hendels staan binnen handbereik en staan klassiek opgesteld.

Comfort

Geen overbodige luxe, geen ABS of tractiesystemen. Het betreft immers een model van al weer bijna 10 jaar oud. Wel het vermelden waard zijn de elektrische ruitenheffers en spiegels. Ook wel tof zijn de 2 (!) klepdaken die uitneembaar zijn en weggeborgen kunnen worden tegen de grote achterdeur, die zich naar Europese normen wel naar de verkeerde kant opent. Hier ondervindt men wel geen bijkomende hinder van. Wel een vervelend minpuntje zijn de rolgeluiden die zich boven de 80 km/u nadrukkelijk in het interieur manifesteren.

Veiligheid

Airbags waren op dit model nog een dure optie en zijn bijgevolg niet aanwezig. Zoals eerder gezegd ook nog geen remhulpsystemen of tractiecontrolesystemen, alles is dus nog puur natuur, waardoor de nodige voorzichtigheid wel geboden is.

Motor/Prestaties

Als men voor een rood licht staat, verwacht niemand dat deze wagen zo goed uit de startblokken schiet. In 10 seconden van 0 tot 100. De 2 liter 16-kleppen motor bezorgt deze RAV4 als het ware GTI-allures, mede doordat de verhoudingen van de 1ste, 2de en 3de versnelling heel kort zijn. Je kan dus vlot kan doortrekken tot iets over de 6000 toeren per minuut. Men kan de naald van de toerenteller op 3000 toeren houden en vervolgens tamelijk brutaal de koppeling laten komen om de auto naar voor te katapulteren. De wielspin wordt beperkt door de permanente vierwielaandrijving. De topsnelheid tenslotte ligt iets onder de 180 km/u, helemaal niet slecht voor een wagen uit deze categorie.

Verbruik

De vlotte prestaties en de banden die een maatje breder zijn, zorgen natuurlijk ook wel voor een navenant verbruik: 10 liter indien men een normale rijstijl aanneemt. De ietwat sportievere bestuurder zal constateren dat de dorst van deze RAV4 gemakkelijk 12 liter per 100 km bedraagt en staat dan ook ongeveer om de 450 km aan de pomp.

Rijgedrag

Ik omschrijf de auto soms wel eens als een grote kart. Doordat er nog geen ABS of andere systemen aanwezig zijn, is het nog steeds de bestuurder die hier al het werk moet leveren. Pure fun, de voornaamste reden waarom sommigen een Lotus Elise aanschaffen: omwille van het pure rijplezier, zonder compromissen. De auto laat op tijd voelen wat hij van plan is en luistert heel goed als hij teruggefloten wordt. Zo heeft hij voornamelijk last van onderstuur, op nat wegdek is dit zelfs heel extreem. Maar simpelweg de gas lossen dwingt hem terug om het juiste traject te volgen. Het is zelfs zo goed controleerbaar dat men het moeilijk kan laten om hier bij elke bocht opnieuw een beetje mee te spelen. Overstuur komt zelden voor of men moet plotseling in een scherpe bocht waar men onderstuur heeft tegen een redelijke snelheid beginnen remmen. De remmen zelf zijn ook heel goed doseerbaar en geven een goed en betrouwbaar gevoel, fading komt praktisch niet voor.

Uitrusting/Prijs

Een dikke €19.000 betaalde men er in 1994 voor, en dit voor een wagen die heel polyvalent is en bijgevolg zijn geld meer dan waard is. Ook heel betrouwbaar zodat we na 9 jaar en 140.000 km nog geen noemenswaardige problemen of kosten gehad hebben... Toyota doet zijn naam opnieuw alle eer aan op dit vlak. De bullbar, de zijtreden en achteropstap van het merk Cobra zijn natuurlijk wel niet in deze prijs inbegrepen. Voor dit uiterlijk (verchroomd) vertoon mag men toch nog op een €2.500 extra rekenen.


Conclusie

Puur rijplezier
Prestaties

Veiligheidsuitrusting
Geluidsisolatie
Verbruik




Copyright © 2004 AutoTester Online